Daar lag ze dan, op bed, op zijn bed! Hij voelde zich zo gelukkig dat ze weer bij hem terug was. Wat lag ze daar toch heerlijk rustig te slapen. Terwijl hij de dekens wat verder omhoog trok, keek hij, zittend vanaf de rand van het bed, naar dat mooie, bleke gezichtje van haar. Hij moest zich bedwingen om haar niet steeds te zoenen. In plaats daarvan streelde hij haar wangen en woelde met zijn andere hand door haar prachtige, donkere krullen. ‘Slaap maar lekker lief…’ fluisterde hij en gaf haar een liefdevolle zoen op haar voorhoofd. ‘Ik ga nog een glaasje wijn drinken en dan kruip ik straks naast je.’ zei hij met een bijna niet verstaanbare stem. Hij wilde haar niet wakker maken, zijn hart ontplofte bijna van de liefde die hij voor haar voelde. ‘Nu blijven we voor altijd samen.’ mompelde hij.
Lopend naar de bank voelde hij het vocht van haar haren nog op zijn hand zitten. Hij rook aan zijn hand en veegde ermee over zijn eigen gezicht. Nadat hij een goed glas wijn voor zichzelf had ingeschonken keek hij eens om zich heen. ‘We hebben er wel een teringzooi van gemaakt!’ dacht hij glimlachend. Aan de hoeveelheid lege flessen te zien die op de grond lagen, vond hij het dan ook geen wonder dat hij eigenlijk niets meer wist van deze avond. ‘Had hij haar in de stad ontmoet? Of hadden ze hier afgesproken? Hoe lang lag ze al te slapen?’ Hij schudde eens met zijn hoofd en nam een stevige slok rode wijn. Eén ding was duidelijk, ze had weer voor hem gekozen, anders lag ze hier niet op zijn bed. ‘God, wat heb ik haar gemist!’ zei hij hardop en hij schrok van zijn eigen, rauwe stem. Twee keer eerder had ze hem al verlaten en dat zou niet weer gebeuren, daar zou hij zijn best wel voor doen dit keer. Hij stond op en liep wankelend tussen de rommel door richting de tafel. Terwijl hij zijn glas naar zijn mond bracht en zichzelf bekeek in de spiegel die aan de muur hing, dwarrelden zijn gedachten terug naar het moment dat hij haar voor het eerst ontmoette en op slag verliefd werd.
Twee maanden geleden was het allemaal begonnen. Hij was erg verrast geweest toen zijn collega Guus op een vrijdag bij hem aan het bureau kwam staan. ‘Zeg Martin, ik geef morgen een feestje en dacht…euh… misschien heb je zin om ook een borrel te komen drinken?’ zei Guus, eigenlijk de enige collega die wel eens een gesprek met hem probeerde aan te gaan. Martin keek hem aan en zag in de vragende blik van Guus ook een vleugje medelijden. Natuurlijk wist Martin zelf wel dat niemand hem mocht en dat hij dit vooral aan zichzelf te wijten had. Hij leefde teruggetrokken in zijn appartement. Zijn sociale leven bestond uit zijn collega’s, die niet met hem spraken, en de mensen die hij in de supermarkt tegenkwam als hij op zaterdagochtend zijn boodschappen deed.
‘Wel Martin, wat zeg je ervan? Ik zou het wel op prijs stellen als je langs zou komen.’ Guus stond er wat ongemakkelijk bij, alsof hij nu al spijt had dat hij deze poging had ondernomen en zo snel mogelijk weer naar zijn eigen bureau terug wilde. ‘Nee, ja, dat is goed.’ zei Martin en hij schrok eigenlijk van zijn eigen antwoord. ‘Super, dan zie ik je morgen, vanaf een uur of negen is de bar geopend.’ lachte Guus opgelucht en liep snel weer terug waar hij zich lachend in het gesprek mengde van een aantal collega’s die aan zijn bureau stonden.
wordt vervolgd..