… Het was inmiddels elf uur, zaterdagavond. Martin slenterde nu al voor de derde keer langs het appartement van Guus. Twee keer had hij op het punt gestaan om aan te bellen maar was doorgelopen naar een klein, donker kroegje in een zijsteeg om zich daar moed in te drinken. En nu stond hij weer voor de deur van het appartement. Hij keek naar boven, naar de derde etage waar Guus woonde. Vanuit het open raam dreef een gezelligheid van muziek, stemmen en gelach naar buiten. ‘Ik moet nu een besluit nemen.’ dacht hij, niet al te helder meer van de drank die hij genuttigd had in de kroeg. Opeens ging het raam verder open en daar was Guus met een dikke sigaar in zijn mond. ‘Hey Martin, ben je toch gekomen? Super man! Wacht even, ik zal de deur voor je open doen.’ Guus’ hoofd verdween weer, een dikke wolk sigarenrook achterlatend die langzaam oploste in de lucht. En op het moment dat Martin het besluit had genomen om richting huis te lopen, ging de zoemer en de deur open.
Het was een lange weg, de trappen op naar boven. Uiteindelijk stond hij voor de half openstaande deur op de derde verdieping. De drempel leek wel een horde van een meter hoog maar hij besloot hem toch te nemen. Terwijl hij de deur verder open deed en net naar binnen wilde stappen, hoorde hij stemmen die boven de muziek uit stegen. ‘Die sukkel van een Martin komt hier zo boven.’ hoorde hij iemand zeggen. ‘Nou, dat zal de gezelligheid zeker ten goede komen, NOT!’ Martin herkende de stemmen van zijn collega’s. ‘Godver, zijn die twee eikels er ook.’ Hij vermande zich en stapte naar binnen, langs de collega’s, zonder hen een blik waardig te gunnen. En daar stond Guus al om hem te verwelkomen. ‘Leuk dat je er bent, Martin!’ glunderde Guus. ‘Hij lijkt echt oprecht blij te zijn dat ik er ben.’ dacht Martin en vergat even wat hij zonet had gehoord. ‘Wat wil je drinken, biertje, wijn of wat sterkers?’ vroeg Guus terwijl ze naar de bar liepen die in de modern ingerichte woonkamer stond. ‘Doe maar een whisky.’ fluisterde Martin, zich nog niet helemaal op zijn gemak voelend. Toen hij het glas in zijn handen gedrukt kreeg, ging de zoemer weer. ‘Sorry Martin, ik moet de deur open doen, je vermaakt je toch wel even? Ik spreek je straks.’ En weg was Guus.
Martin had totaal geen zin om zich tussen de mensen te mengen en zocht een rustig plekje in de kamer op waar hij ging zitten. Daar had hij alle tijd om eens goed om zich heen te kijken. De kamer stond vol met wel veertig mannen en vrouwen, allemaal druk met elkaar in gesprek. Er werd gelachen en meegezongen met de muziek die luid uit de boxen dreunde. Martin was het alleen zijn wel gewend maar hij had zich nog nooit zo eenzaam gevoeld als nu. Hij sloeg zijn glas whisky achterover en bedacht zich hoe hij zo snel mogelijk hier weg kon komen. ‘Laat ik nog maar even wachten tot Guus weer bij mij komt, dan bedank ik hem voor de uitnodiging en ga ik naar huis.’ Tot zijn opluchting zag hij een fles jenever op de tafel staan en schonk zijn glas tot de rand toe vol. Terwijl hij uit het glas nipte, zag hij dat Guus met een vrouw de kamer in kwam lopen.
Even vergat hij alles wat er om zich heen afspeelde. Het was alsof iedereen stilstond. De enige die zich in de kamer bewoog was die prachtige vrouw. Zijn ogen bleven, als gehypnotiseerd, op haar gericht. Haar ogen lachten, haar lippen glansden, haar haren dansten bij elke stap die zij zette. ‘Kijkt ze naar mij?’ Martin goot het laatste beetje jenever in zijn keel. ‘Komt ze nu mijn kant oplopen?’. Opeens bewoog iedereen in de kamer en schalde er weer muziek uit de boxen. Martin wilde zijn glas bijvullen toen hij ineens een stem hoorde. 'Hoi Martin, mag ik naast je komen zitten?' Martin keek op en staarde in de mooiste ogen die hij ooit gezien had.
Het was een lange weg, de trappen op naar boven. Uiteindelijk stond hij voor de half openstaande deur op de derde verdieping. De drempel leek wel een horde van een meter hoog maar hij besloot hem toch te nemen. Terwijl hij de deur verder open deed en net naar binnen wilde stappen, hoorde hij stemmen die boven de muziek uit stegen. ‘Die sukkel van een Martin komt hier zo boven.’ hoorde hij iemand zeggen. ‘Nou, dat zal de gezelligheid zeker ten goede komen, NOT!’ Martin herkende de stemmen van zijn collega’s. ‘Godver, zijn die twee eikels er ook.’ Hij vermande zich en stapte naar binnen, langs de collega’s, zonder hen een blik waardig te gunnen. En daar stond Guus al om hem te verwelkomen. ‘Leuk dat je er bent, Martin!’ glunderde Guus. ‘Hij lijkt echt oprecht blij te zijn dat ik er ben.’ dacht Martin en vergat even wat hij zonet had gehoord. ‘Wat wil je drinken, biertje, wijn of wat sterkers?’ vroeg Guus terwijl ze naar de bar liepen die in de modern ingerichte woonkamer stond. ‘Doe maar een whisky.’ fluisterde Martin, zich nog niet helemaal op zijn gemak voelend. Toen hij het glas in zijn handen gedrukt kreeg, ging de zoemer weer. ‘Sorry Martin, ik moet de deur open doen, je vermaakt je toch wel even? Ik spreek je straks.’ En weg was Guus.
Martin had totaal geen zin om zich tussen de mensen te mengen en zocht een rustig plekje in de kamer op waar hij ging zitten. Daar had hij alle tijd om eens goed om zich heen te kijken. De kamer stond vol met wel veertig mannen en vrouwen, allemaal druk met elkaar in gesprek. Er werd gelachen en meegezongen met de muziek die luid uit de boxen dreunde. Martin was het alleen zijn wel gewend maar hij had zich nog nooit zo eenzaam gevoeld als nu. Hij sloeg zijn glas whisky achterover en bedacht zich hoe hij zo snel mogelijk hier weg kon komen. ‘Laat ik nog maar even wachten tot Guus weer bij mij komt, dan bedank ik hem voor de uitnodiging en ga ik naar huis.’ Tot zijn opluchting zag hij een fles jenever op de tafel staan en schonk zijn glas tot de rand toe vol. Terwijl hij uit het glas nipte, zag hij dat Guus met een vrouw de kamer in kwam lopen.
Even vergat hij alles wat er om zich heen afspeelde. Het was alsof iedereen stilstond. De enige die zich in de kamer bewoog was die prachtige vrouw. Zijn ogen bleven, als gehypnotiseerd, op haar gericht. Haar ogen lachten, haar lippen glansden, haar haren dansten bij elke stap die zij zette. ‘Kijkt ze naar mij?’ Martin goot het laatste beetje jenever in zijn keel. ‘Komt ze nu mijn kant oplopen?’. Opeens bewoog iedereen in de kamer en schalde er weer muziek uit de boxen. Martin wilde zijn glas bijvullen toen hij ineens een stem hoorde. 'Hoi Martin, mag ik naast je komen zitten?' Martin keek op en staarde in de mooiste ogen die hij ooit gezien had.
wordt vervolgd...





