Grote Gedichtenavond 2012 te Café Vellinga
Poëzie, zo moeilijk nie, op alles rijmt wel iets. Behalve dan op waterfiets, op waterfiets rijmt niets...
Sinds april 2011 zet ik gedichten op mijn blog. In het begin had ik zo nu en dan een zetje van mijn broertje I.J. nodig om een gedicht te publiceren. Er zitten toch je eigen gedachten en gevoelens in, en om dat nu zomaar met iedereen te delen... Maar I.J. zei dan: 'Gewoon doen! Als men het mooi vindt, dan leest men het en anders maar niet.' En daar stonden de gebroeders Bosma dan in café Vellinga, om tijdens de dichtersavond van Ensafh uit eigen werk voor te lezen. De meeste dichters waren inmiddels aanwezig en ook het publiek druppelde langzaam binnen. Prachtig om te zien dat vrienden, snitteraars, collega's en zelfs onze ouders ons kwamen 'supporteren'.
De Blogbrothers 'debuterende dichters'
Aangezien de dichters in alfabetische volgorde het podium moesten betreden, wisten I.J. en ik dat wij al vrij snel aan de beurt waren. Piter Boersma kondigde mij aan als een professioneel dromer en dichter. Dit moest ik op het podium even rectificeren. Hij verwarde mij met mijn broertje I.J., die na mij met de billen bloot moest. Om de aandacht van het publiek te behouden had ik besloten om maar twee gedichten te doen, 'Op en Neer' en 'In Mij'. Een mooie ervaring om je eigen werk op een podium voortedragen. Aan het applaus te horen, waardeerde het publiek mijn gedichten ook nog. (Of kwam dit door de vele bekenden in the audience?)
Ook broeder I.J. las prachtige verzen voor uit zijn 'Deuren der Waarneming'. 'Ik ben een god, jij bent een engel. Laten we een eigen geloof beginnen en dromen realiseren!'
Prachtig om al die verschillende stijlen en presentaties te bekijken en te beluisteren. Nu was het best een opgave om geconcentreerd naar alle veertig dichters te blijven luisteren. De performances van Melvin van Eldik en Bart FM Droog waren dan ook zeer welkom. Ook het optreden van Mark Kooij vond ik hilarisch! En natuurlijk mooi om de mede-snitteraars op het podium te zien: 'PW Palastanga van Anske', 'Dânsles' van Wietske en ut pansje water over het hoofd van Henk.
Nadat oudgediende Jelle Zwart de avond afsloot, konden de dichters, onder het genot van een plopje, nog even de ervaringen van de optredens uitwisselen. Een gouden avond had, op sien Snekers seid! Café Vellinga, Ensafh en het aanwezige publiek, bedankt! Tot volgend jaar!
tegen je voorhoofd aan.
Je mooie, volle glanzende lippen
bewegen
geluidloos,
ik kan je niet verstaan.
Je borsten hupsen.
Je heupen,
je benen,
ze gaan ritmisch
op en neer
op en neer.
Je komt,
nu zo dichtbij.
Je bent,
een beetje van mij,
maar daar ga je alweer.
Ik zwaai en jij verdwijnt
langzaam
in die eenzame bocht.
Volgend jaar fiets ik hem ook
de Elfstedentocht!
Voor bewegende beelden: http://www.sneektv.nl/ : http://youtu.be/KJ9x_flsu2s
Week van de poëzie: Dag VII
OUDE HANDEN
Als ik oud ben wil ik oude handen
die, als op de reliëfkaart
van een basisschool
hun gebergte, hun rivieren
durven tonen. - Verre landen
waar ik in kan wonen.
Ervaren aderen,
vingers met verhalen.
Handen
die ergens waren;
op schouders, om een hart,
in andere handen.
Aan relings, zwaaiend,
aaiend langs de wanden
van een huis ver van hun huis.
Handen wil ik
vol geschiedenis
en aardrijkskunde:
Reizigers, na vele avonturen
veilig thuis.
Week van de poëzie: Dag VI
GEEN KUNST
Ik weet niet of het een kunst is
of eerder een vorm van ijdelheid
niet alleen mijzelf maar ook
de wereld van de wereld te denken
En even ontheven van mijzelf ook
even weg te kunnen zijn van mezelf
Als van een boek of schilderij
dat niet meer weg te denken is
en waarin ik iets herken dat er niet is,
als was ik lucht geworden voor mezelf
Ik weet niet of mijn behoefte aan transparantie
een verlangen is naar afwezigheid
Of het huis waar ik woon
en de straat waarop ik uitkijk,
de mensen die aan mij voorbijgaan
En alles voorzover ik overzien kan
niet even onvermijdelijk zijn
als de mate waarin ik alles
van de wereld denken kan
Net zolang
Totdat niets meer
weg te denken is en ik
nergens langer nog omheen kan
In de laatste plaats ik om mijzelf niet
Niet om de poëzie ervan
noch om de liefde die ik voor mijzelf
als voor de poëzie had opgevat
Maar om overal vanaf te zijn
En ten slotte ook daar vanaf te zijn
Week van de poëzie: Dag V
Soms moet dat
Ik sta met mijn open mond vol geluk
te wachten tot iemand het eruit pakt wil je
het geluk uit mijn keel pakken zodat ik er
niet langer over struikel tijdens het praten misschien
zou je kunnen luisteren op de kruk bij mijn knie
kunnen zitten zeggen dat je iets leuks gaat doen
dit weekend dat je van alles van plan bent en
vragen of ik daar de uitvoering van
wil worden misschien
kun jij mijn hand vasthouden als we nog eens
samen voor een winkelruit ons af staan vragen
hoeveel de papieren vogel kost of zou je je wang
in het kuiltje van mijn schouderblad kunnen leggen
tijdens het strijkconcert zoals een egel die zich
met het zachte stukje van zijn bestaan terugtrekt
in de schaduw van twee struiken in juli en meer
nog dan dit zou je de luidspreker uit mijn handen
kunnen trekken als ik weer eens op blote voeten
sta te stampen met al het goede uit een dag
op mijn lippen zou je kunnen zeggen stil maar ook
als je fluistert wordt er naar je geluisterd misschien
zeg ik is er niemand die wil horen wat je zegt
omdat je aan mensen niet iets kunt hangen
zoals jij doet enkel rond
kunt hangen in de zweetlucht van
je jeugd terwijl er nergens iemand klaarstaat
met een zonnige waterspuit nee je moet zelf
door de zomersproeier lopen in je
mickey mouse zwempak
of veertien jaar later
in je supermarktschort en
als men vraagt waarom schrijf je
in hemelsnaam nog gedichten antwoord dan
omdat mensen niet onder mijn tong
blijven liggen omdat je gedichten stil
kunt laten staan als een luisterend oor
tegen je schokkende borstkas omdat poëzie
aan je ribben is gaan rusten en
een verband heeft aangelegd
met jouw verhaal.
Week van de poëzie: Dag IV
Het leven in juni
Om mij heen is alles luidkeels in leven
de boer op zijn maaier, blatende schapen
in de esdoorn een zwartkop die roept
om een vrouwtje, uit bloemkelken klinkt
het geronk van een bij.
En ik leef ook maar moet dat zelf zeggen
want niets van al wat ik waarneem noemt mij.
Zoals je met vrienden wel praat over vroeger:
We waren aan zee, in een tent, heel gelukkig-
vraagt iemand: was jij daarbij?
Dus ben ik alleen in de tuin in de wereld
en om mij heen ademt alles en in huis
zit een man. Dit is het leven, schrijft hij,
deze ochtend in juni, de zwartkop zingt
en in de tuin zit zij.
Week van de poëzie: Dag III
Afsluitdijk
De bus rijdt als een kamer door de nacht
de weg is recht, de dijk is eindeloos,
links ligt de zee, getemd maar rusteloos,
wij kijken uit, een kleine maan schijnt zacht.
Vóór mij de jonge pas-geschoren nekken
van twee matrozen, die bedwongen gapen
en later, na een kort en lenig rekken,
onschuldig op elkanders schouder slapen.
Dan zie ik plots, als waar 't een droom, in 't glas
ijl en doorzichtig aan de onze vastgeklonken,
soms duidelijk als wij, dan weer in de zee verdronken
de geest van deze bus; het gras
snijdt dwars door de matrozen heen.
daar zie ik ook mezelf. Alleen
mijn hoofd deint boven het watervlak,
beweegt de mond als sprak
het, een verbaasde zeemeermin.
Er is geen einde en geen begin
aan deze tocht, geen toekomst, geen verleden,
alleen dit wonderlijk gespleten lange heden.
Week van de poëzie: Dag II
Billboards
De domme avond, doordeweeks, doorgeweekt
en dierlijk als een potloodventer.
De grijze jongens in de avondbus.
Iets verderop een moeder met een snor.
En elke halte weer twee levensgrote,
neonrode vrouwenlippen die vertellen
wat er aan het leven schort.
Het einde van de regenboog! Ambrosia,
verlicht en wel, wijst ons de weg.
En wij, met onze rimpels, leugentjes,
gebreken en oneffenheden, stuk
voor stuk tot onze nek vol eigen bloed,
gebeten op geluk en overvloed,
wij rijden door de domme avond,
dromen muren om ons heen, dag in,
dag uit, en komen thuis, speuren
zenders af en gaan naar bed. Het mysterie
van het laatste onrecht! Algehele
roofzucht! Perfectie! Paringsdrift!
Nu kan, nu zal, nu moet het komen.
Ambrosia wees ons de weg.
Week van de poëzie op mijn blog: Dag I
Vanwege de gedichtenavond donderdag 26 januari in café Vellinga, zet ik deze week, elke dag, een mooi stukje poëzie van een aantal dichters op mijn blog.
Dof violet is 't west
Dof violet is 't west en paarsig grijs.
Nog wandel 'k door het zwaar berijpte gras,
En hoor naast me op de vaart het fijn gekras
Van schaatsen over 't hol rinkelend ijs:
Ik heb 't gevoel, of 'k op 't bevroren glas
Cirk'lend, zwevend, zwenkend op kunst'ge wijs,
Met 't buigend bovenlichaam daal en rijs:
't Is in mijn rug, of 'k zelf op schaatsen was.
Zo hoop 'k dat, langs wiens geest mijn verzen glijen,
Alleen, in paren, of in lange rijen,
Schomm'lend op maat en rijm van Hollands staal,
Dat hij de wind, die mij droeg, zelf hoort waaien,
En 't fijn slieren en 't heerlijk brede zwaaien
Voelt van zijn eigen stemming in mijn taal.
uit:Verzamelde Gedichten
Leestip: Levi Andreas - David Pefko
...de mogelijkheid van vluchten, heel ver weg vluchten, totdat je niet meer weet waar je vandaan komt, als je omkijkt zie je niets meer dan een onbemand tankstation, je staat op een zandweggetje waar de wind met kleine propjes papier speelt, ze vliegen hoog de lucht in, met verwondering kijk je naar het schouwspel. Je voeten doen pijn, maar je bent blijven rennen. Nergens is een einde te zien, maar dat maakt je niets uit; toen je nog niet gevlucht was, zag je dat einde ook al niet.
Terwijl de stomerij het podium wordt van een misdrijf, gaat Rosa op zoek naar de eigenaar van het overhemd. Als ze hem eenmaal op het spoor is, reist ze hem achterna via Brussel naar New York, Zuid-Amerika en uiteindelijk, in de woorden van de grootvader van Levi Andreas, 'een soort einde van de wereld'.
Levi Andreas is een optimistisch boek over vluchten, leugens en bedrog. David Pefko beschrijft in deze knap geconstrueerde roman twee levens die met elkaar verknoopt raken. Zijn stijl is lichtvoetig en tragikomisch. Het boek is een brievenroman, een road novel, een geschiedenis van een stomerij en een oefening in afstand in één. De personages verliezen nooit hun menselijkheid. Hun zoektocht naar geluk is meeslepend.
Poëzie
Vroeger was ik niet bepaald een groot liefhebber van poëzie. Alhoewel, ik schreef altijd wel met veel plezier in de 'poesiealbums' van mijn zus Janet en de meisjes uit mijn klas. Altijd eerst met potlood en lineaal een aantal rechte lijnen trekken, maar wel zo lichtjes dat je de lijnen uiteindelijk goed kon weggummen. Daarna 'op je allernetst' het versje opschrijven. Voor de finishing touch een mooi plaatje uitzoeken en heel voorzichtig met de lijm omgaan zodat de bladzijdes niet bleven plakken.
Er kwam een moterfietsje aan,het reed pijlsnel door de laan,het hield bij de Meerkoetlaan stop,geen wonder want Janet zat er op.
Mijn liefde voor de poëzie is aangewakkerd tijdens mijn opleiding Nederlands. In het eerste jaar kregen wij het vak poëzie-analyse van Coen P. Er ging een wereld voor mij open. Er bleek achter al die,voor mij, moeilijke gedichten een mooie gedachtengang, prachtige beeldspraak, vergelijkingen, tegenstellingen etcetera te zitten. Hierdoor ben ik dus anders over poëzie gaan denken en het gaan waarderen. Toen ik in mei met mijn blog begon, leek het mij dan ook mooi om eens zelf een gedicht te schrijven. Nadat ik er een geschreven had, vroeg ik via twitter aan Henk vd Veer, onze Sneker stadsdichter, wat hij van het gedicht vond. Henk, mijn vroegere mentor, waar ik een jaar bij in de klas het meesterschap heb mogen leren, zei: 'Kiek asen mar op mien site!'
(lees 15 mei: http://www.henkvanderveer.nl/dagboek/default.asp?j=2011&m=5)
Gemotiveerd door deze mooie woorden heb ik inmiddels een aantal gedichten geschreven. Ik wil het niet poëzie noemen, ik vind het namelijk zelf simpele rijmgedichten, maar mijn gevoelens en gedachten zitten er wel in. Als ik de reacties op bijvoorbeeld het gedicht 'In mij' lees, dan weet ik dat het gedicht geslaagd is en dat het iets voor een ander kan betekenen.
Herman Finkers verwoordde het mooi: 'Poëzie, zo moeilijk nie, op alles rijmt wel iets. Behalve dan op waterfiets, op waterfiets rijmt niets!'
Ik ben nu volop bezig wat meer de poëtische kant op te dichten, maar dit publiceer ik pas op mijn blog wanneer ik het de moeite waard vind. Ik hoop er een klaar te hebben voor de gedichtenavond op 26 januari in café Vellinga, zoniet dan denk ik dat ik wat poëtisch werk van een ander voordraag. Mochten jullie belangstelling hebben om te komen kijken deze avond, wees welkom! Er treden meerdere Snekers op, zoals medebloggers Ibo-Jan, Anske S. en mentor Henk.
De Japanse steenhouwer
De Japanse steenhouwer is een oud Aziatisch sprookje. Tijdens een passage in het boek Max Havelaar van Multatuli, vertelt Havelaar dit verhaal aan Duclari en Verbrugge.
Er was een man die stenen hakte uit de rots. Hij deed heel zwaar werk, hij werkte veel, maar zijn loon was laag en hij was niet tevreden.
Hij zuchtte, omdat zijn werk zo zwaar was. Hij riep: och, was ik maar rijk, dan kon ik slapen op een bed, met een klamboe van rode zijde. En er kwam een engel uit de hemel, die zei: u zult zijn wat u zojuist hebt gewenst. En hij was rijk. Hij kon slapen op een bed met een klamboe van rode zijde.
De koning van het land kwam voorbij, met ruiters voor zijn koets. Ook achter het rijtuig galoppeerden ruiters, en men hield een gouden parasol boven het hoofd van de koning. Toen de rijke man dit zag, was hij verdrietig, omdat er boven zijn hoofd geen gouden parasol werd gehouden en dat terwijl hij kort tevoren nog tevreden was.
Hij zuchtte en riep: ik wil koning zijn! Er kwam een engel uit de hemel, die zei: u zult zijn wat u zojuist hebt gewenst. En hij was koning. Voor zijn wagen reden nog meer ruiters en ook waren er ruiters achter zijn wagen en boven zijn hoofd hielden bedienden zijn gouden parasol.
De zon scheen met hete stralen, en verbrandde het aardrijk, zodat het gras geel werd en verdorde. En de koning klaagde dat de zon schroeide in zijn gezicht, en machtiger was dan hij. Weer was hij niet tevreden.
Hij zuchtte, en hij riep: ik wil de zon zijn! Er kwam een engel uit de hemel, die zei: u zult zijn wat u zojuist hebt gewenst. En hij was de zon. Hij zond zijn stralen naar boven, en naar beneden, naar rechts en naar links, en overal. Hij verschroeide het gras van het aardrijk, en de gezichten van alle koningen op aarde. Er kwam een wolk tussen de aarde en hem, en de stralen van de zon kaatsten terug op die wolk. Hij werd boos dat zijn macht werd ingeperkt, en hij klaagde dat die wolk machtiger was dan hij. En hij was niet tevreden. Hij wilde de wolk zijn, die zo machtig was.
Er kwam een engel uit de hemel, die zei: u zult zijn wat u zojuist hebt gewenst. En hij werd een wolk, en plaatste zichzelf tussen de zon en de aarde, en ving de stralen op, zodat het gras groen werd. De wolk regende in grote druppels op het aardrijk, en liet de rivieren overstromen, en herders brachten hun schapen op het droge. En hij verwoestte het veld door overstromingen. Hij viel neer op een rots, die niet van wijken wist. En hij klaterde in grote stromen, maar de rots ging niet opzij. Hij werd boos, omdat de rots niet van zijn plaats te krijgen was, en omdat zijn waterstralen te zwak waren. En hij was niet tevreden. Hij riep: die rots heeft meer macht dan ik heb. Ik wil die rots zijn!
Er kwam een engel uit de hemel, die zei: u zult zijn wat u zojuist hebt gewenst. En hij werd rots, die niet bewoog als de zon scheen, en niet als het regende. Daar kwam een man met een pikhouweel, en met een scherpe beitel en een zware hamer, die stenen hakte uit de rots. De rots zei: wat is dit nu weer, die man is sterker dan ik ben, hij hakt mij weg! En hij was niet tevreden. Hij riep: ik ben zwakker dan hij, ik wil die man zijn!
Er kwam een engel uit de hemel, die zei: u zult zijn wat u zojuist hebt gewenst.
En hij was steenhouwer. Hij hakte stenen uit de rots, door hard te werken, en hij werkte heel hard voor weinig loon, en hij was tevreden.
Alderliefste - 'Trois' - Theater Sneek
Hieronymus van Alphen
Van Alphen schreef vooral vrome poëzie voor volwassenen en kunsttheoretische en religieuze beschouwingen. Voor zijn kinderen schreef hij drie dichtbundels en gaf ze eerst anoniem uit. Maar deze bundels werden een groot succes en meerdere malen herdrukt. Ook werden de bundels in andere talen uitgegeven zoals het Frans, Duits en Engels.
Van Alphen had een, voor die tijd, moderne visie op het kind. De meeste mensen zagen het kindbeeld van voor 'de Verlichting' nog: Het kind is al zondig bij de geboorte en de mens neigt naar het kwade en is afhankelijk van God en de kroon. In de periode van 'de Verlichting' veranderde dit beeld. De ratio(verstand,rede) nam een toevlucht, de wetenschap had zich sterk ontwikkeld, er was geloof in een maakbare samenleving. Beschouw de kinderen niet meer als kleine volwassenen. Voed de kinderen goed op en ze doen het goede, wat weer resulteert in goede mensen en dus uiteindelijk een goede samenleving. In de gedichten liet Van Alphen zien dat hij het kind als een tabula rasa (=onbeschreven blad) zag, dat deugden als gehoorzaamheid, bescheidenheid en eerbied voor de ouders en voor God aangeleerd kon worden. Zijn gedichten waren door hun eenvoudige en strakke rijmschema’s makkelijk uit het hoofd te leren.
o! als eieren zo groot.
't Scheen, dat Jantje wou gaan plukken,
schoon zijn vader 't hem verbood.
Hier is, zei hij, noch mijn vader,
noch de tuinman, die het ziet:
Aan een boom, zo vol geladen,
mist men vijf zes pruimen niet.
Maar ik wil gehoorzaam wezen,
en niet plukken: ik loop heen.
Zou ik, om een hand vol pruimen,
ongehoorzaam wezen? Neen.
Voord ging Jantje: maar zijn vader,
die hem stil beluisterd had,
Kwam hem in het loopen tegen
voor aan op het middenpad.
Kom mijn Jantje, zei de vader,
kom mijn kleine hartedief!
Nu zal ik u pruimen plukken;
nu heeft vader Jantje lief.
Daar op ging Papa aan 't schudden,
Jantje raapte schielijk op;
Jantje kreeg zijn hoed vol pruimen,
en liep heen op een galop.













