Michael Poloni is een 41-jarige Mexicaan, die in Los Angeles woont. 's Ochtends staat hij op, kijkt National Geographic Channel, rookt sigaretten, neemt een taxi naar zijn werk. 's Avonds komt hij weer thuis en rookt sigaretten. Een schijnbaar normaal bestaan. Maar voor Michael lijkt het alsof zijn leven nog niet echt begonnen is. Tot hij op een zaterdagmiddag in een taxi zit, die een Nederlands meisje aanrijdt.
Het meisje heet Elsa Helena van der Molen. Ze is 20 jaar en woont met haar vader en moeder in een grote villa in Los Angeles. Haar leven bestaat vooral uit een alfabet aan jongensnamen bij elkaar zoenen, uitslapen en niet te veel nadenken. Tot ze op een zaterdagmiddag met de fiets naar de universiteit gaat en aangereden wordt door een taxi.
Maartje Wortel schrijft met een mengsel van afstandelijkheid en mededogen over twee dolende zielen, overgeleverd aan hun eigen en elkaars obsessie.
'Wortel speelt met het verschijnsel van de blinde vlek. Virtuoos stevent ze op dat verrassende einde af. Haar taal is een genoegen.' - VRIJ NEDERLAND
Bruno zei: 'Je mist je been.'
Ik werd nu al, na één dag, moe van die woorden. Wat ik probeerde te vergeten moest Bruno blijven herhalen, omdat het bij het beleid hoorde. Herhalen. Nog een keer, dat van dat been, stamp het erin! Zoals het leren van Engelse woorden op de middelbare school; dat je ze vanbuiten kende, zo goed had je ze geleerd, maar toch durfde je de overhoring niet aan zonder spiekbrief, voor de zekerheid.
Er waren overal spiekbrieven over mijn been. Ze hadden de zin op een bandje op moeten nemen en dat afspelen terwijl ik sliep: Je mist je been.
Maar wat Bruno bedoelde was dit: je míst je been.
Hij zei: 'Het is een rouwproces, Elsie. Het is als de dood.'
Ik schrok niet van het woord dood. Hij had gelijk. Dat mijn been er niet meer was, was als de dood. Het was als een liefdesverdriet, eenzelfde soort onmacht. Het was als het verliezen van iemand. maar dan erger, want dit verlies was niet compleet.
Leestip: Half mens - Maartje Wortel
Vandaag ben ik vrij
't Is zonnig in Nederland,
hier aan de waterkant,
word je door niemand herkend.
Een kind in een bootje vaart,
over de sloot en zwaait,
of ik z'n grote broer ben.
De winter was lang,
ik ben altijd weer bang,
dat de zon zich dan nooit meer laat zien.
De plicht van het leven vergeet ik weer even,
er worden geen centen verdiend.
Vandaag ben ik vrij,
even geen regels voor mij.
Ik luister alleen naar m'n eigen stem.
Daar wandelt een man en daar zwemt,
een meisje voorbij.
Vrijdag de 13e
Sanguinische lippen
In die nacht werden keurige dames gek.
die toekeek hoe de dames, eerst frêle en bleek,
één voor één kwamen binnendruppelen.
Thuiskomst - Bernard Dewulf
Ik heb je lief, al kan ik het niet weten.
Ik bedenk het als je thuiskomt van een dag
in je leven. Maar het is geen gedachte.
Je streelt mijn wang en wie weet,
dat gebaar. Het wordt duizend keer gemaakt
voor het bestaat. Hangt je jas aan de kapstok,
iets van niets, maar morgen ontbreekt het
misschien. Of schudt de dag uit je haar.
Wat ik dan daarin zie, is het begin.
Het huis ontstaat, de tafel neemt plaats,
wij veroorzaken elkaar. Het is toch niet
denkbaar dat iemand dit alles verzint.
Gastblogger: Ibo-Jan Bosma Deel 4
Tijdens onze YouTube momenten aan de stamtafel worden regelmatig klassiekers van Nederlandse bodem gedraaid, waarbij de gebroeders Bolland&Bolland, grootheden uit de Nederlandse popmuziek, niet mogen ontbreken.
Broeder H heeft een aantal keer een biertje met Rob gedronken in de stamkroeg 'Havana' te Hilversum die ze beiden deelden. Hierbij werden mooie gesprekken over muziek en Falco gevoerd.
Voor meer informatie hierover verwijs ik naar onderste link.
Komende vrijdag zullen 'You're In The Army Now' en 'Jeanny' dan ook vast wel een keer langskomen.

Lees ook: http://ibojanbosma.blogspot.nl/2011/03/rock-me-amadeus.html
Gastblogger: Ibo-Jan Bosma, deel 2
Maar dit zal niet eerder gebeuren dan dat we een gedicht hebben. Han, ik geef je het volgende:
- titel: De Deuren der Waarneming#16
- eerste zin: In de nacht worden keurige dames gek.
- laatste zin: Ik deed de deur dicht, pakte een pen en schreef.
Vrijdag a.s. hebben we hier allebei een stuk poëzie van gemaakt, en zal dan ook worden gepubliceerd op deze site. De voorbereidingen voor vrijdag zijn begonnen. Morgen meer...
Gastblogger: Ibo-Jan Bosma
Gerrit Komrij 1944 - 2012
De droom van een dorpsjongen
En de Palazzo's. En ik voel me warm.
Ik liet mijn hart hier achter, allerwegen.
(En op de Academie-brug mijn arm,
Mijn nier op de Rialto. En mijn lever,
Die liet ik achter op het Arsenaal.)
O, deze stad is boven spot verheven...
Maar zelf een rarekiek en toverzaal.
Hier kan men zeer voornaam de pijp uitgaan
In een van die gesloten, hoge panden,
Zelfs als een oplichter nog niet banaal.
O, bij mijn uitvaart, hoop ik, zal je staan
Op een der bruggen van het Canal Grande
En mij voorbij zien glijden als een aal.








