Ben Ali Libi was destijds een goochelaar met een prima reputatie. Het Nieuwsblad van het Zuiden schreef in 1924 over hem: Ben Ali Libi is een handige toovenaar die de aanwezigen versteld doet staan van zijn ongelooflijke toeren. Al deze toeren op te noemen is natuurlijk onmogelijk, doch hij had een groot succes. Een heele avond met deze toovenaar alleen zou niemand vervelen. Hij trad onder meer op voor Prins Hendrik en voor de Duitse ex-keizer Wilhelm.
Tijdens een razzia in juni 1942 werd hij samen met zijn gezin in zijn huis aan het Amsterdamse Merwedeplein opgepakt. Hij stierf in 1943 in het vernietigingskamp Sobibór.
Ben Ali Libi
staat een naam waarvan ik nog nooit had gehoord,
dus keek ik er met verwondering naar:
Ben Ali Libi. Goochelaar.
Met een lach en een smoes en een goocheldoos
en een alibi dat-ie zorgvuldig koos,
scharrelde hij de kost bij elkaar:
Ben Ali Libi, de goochelaar.
Toen vonden de vrienden van de Weduwe Rost
dat Nederland nodig moest worden verlost
van het wereldwijd joods-bosjewistisch gevaar.
Ze bedoelden natuurlijk die goochelaar.
Wie zo dikwijls een duif of een bloem had verstopt,
kon zichzelf niet verstoppen, toen er hard werd geklopt.
Er stond al een overvalwagen klaar
voor Ben Ali Libi, de goochelaar.
In 't concentratiekamp heeft hij misschien
zijn aardigste trucs nog wel eens laten zien
met een lach en een smoes, een misleidend gebaar,
Ben Ali Libi, de goochelaar.
En altijd als ik een schreeuwer zie
met een alternatief voor de democratie,
denk ik: jouw paradijs, hoeveel ruimte is daar
voor Ben Ali Libi, de goochelaar.
Voor Ben Ali Libi, de kleine schlemiel,
hij ruste in vrede, God hebbe zijn ziel.
- Willem Wilmink -










