Tijdens het vak Thematische Letterkunde heb ik mij mogen verdiepen in de gedichten en het leven van Piet Paaltjens(alter ego van Francois Haverschmidt, 1835-1894). In zijn bundel ‘Snikken en grimlachjes’ uit 1867 staan gedichten die een mooi voorbeeld zijn voor de typische romantische, humoristische dichtkunst. Enerzijds romantische gevoeligheid, dwepende sentimaliteit, Weltschmerz en de nuchtere werkelijkheid anderzijds. ‘Aan Rika’ komt uit het hoofdstuk ‘Tijgerlelies’, dit bestaat uit vier, aan verschillende dames opgedragen, gedichten.

Aan Rika,
Slechts eenmaal heb ik u gezien. Gij waart
Gezeten in een sneltrein, die den trein
Waar ik mee reed passeerde in volle vaart.
De kennismaking kon niet korter zijn.
En toch, zij duurde lang genoeg om mij
Het eindeloos levenspad met fletsen lach
Te doen vervolgen. Ach! geen enkel blij
Glimlachje liet ik meer, sinds ik u zag.
Waarom ook hebt gij van dat blonde haar,
Daar de engelen aan te kennen zijn. En dan,
Waarom blauwe oogen, wonderdiep en klaar?
Gij wist toch, dat ik daar niet tegen kan!
En waarom mij dan zoo voorbijgesneld,
En niet, als ’t weerlicht, ’t rijtuig opgerukt,
En om mijn hals uw armen vastgekneld,
En op mijn mond uw lippen vastgedrukt?
Gij vreesdet mooglijk voor een spoorwegramp?
Maar, Rika, wat kon zaalger voor mij zijn,
Dan, onder helsch geratel en gestamp,
Met u verplet worden door één trein?







0 comments:
Post a Comment