Soms moet dat
Ik sta met mijn open mond vol geluk
te wachten tot iemand het eruit pakt wil je
het geluk uit mijn keel pakken zodat ik er
niet langer over struikel tijdens het praten misschien
zou je kunnen luisteren op de kruk bij mijn knie
kunnen zitten zeggen dat je iets leuks gaat doen
dit weekend dat je van alles van plan bent en
vragen of ik daar de uitvoering van
wil worden misschien
kun jij mijn hand vasthouden als we nog eens
samen voor een winkelruit ons af staan vragen
hoeveel de papieren vogel kost of zou je je wang
in het kuiltje van mijn schouderblad kunnen leggen
tijdens het strijkconcert zoals een egel die zich
met het zachte stukje van zijn bestaan terugtrekt
in de schaduw van twee struiken in juli en meer
nog dan dit zou je de luidspreker uit mijn handen
kunnen trekken als ik weer eens op blote voeten
sta te stampen met al het goede uit een dag
op mijn lippen zou je kunnen zeggen stil maar ook
als je fluistert wordt er naar je geluisterd misschien
zeg ik is er niemand die wil horen wat je zegt
omdat je aan mensen niet iets kunt hangen
zoals jij doet enkel rond
kunt hangen in de zweetlucht van
je jeugd terwijl er nergens iemand klaarstaat
met een zonnige waterspuit nee je moet zelf
door de zomersproeier lopen in je
mickey mouse zwempak
of veertien jaar later
in je supermarktschort en
als men vraagt waarom schrijf je
in hemelsnaam nog gedichten antwoord dan
omdat mensen niet onder mijn tong
blijven liggen omdat je gedichten stil
kunt laten staan als een luisterend oor
tegen je schokkende borstkas omdat poëzie
aan je ribben is gaan rusten en
een verband heeft aangelegd
met jouw verhaal.
Week van de poëzie: Dag V
Week van de poëzie: Dag IV
Het leven in juni
Om mij heen is alles luidkeels in leven
de boer op zijn maaier, blatende schapen
in de esdoorn een zwartkop die roept
om een vrouwtje, uit bloemkelken klinkt
het geronk van een bij.
En ik leef ook maar moet dat zelf zeggen
want niets van al wat ik waarneem noemt mij.
Zoals je met vrienden wel praat over vroeger:
We waren aan zee, in een tent, heel gelukkig-
vraagt iemand: was jij daarbij?
Dus ben ik alleen in de tuin in de wereld
en om mij heen ademt alles en in huis
zit een man. Dit is het leven, schrijft hij,
deze ochtend in juni, de zwartkop zingt
en in de tuin zit zij.
Week van de poëzie: Dag III
Afsluitdijk
De bus rijdt als een kamer door de nacht
de weg is recht, de dijk is eindeloos,
links ligt de zee, getemd maar rusteloos,
wij kijken uit, een kleine maan schijnt zacht.
Vóór mij de jonge pas-geschoren nekken
van twee matrozen, die bedwongen gapen
en later, na een kort en lenig rekken,
onschuldig op elkanders schouder slapen.
Dan zie ik plots, als waar 't een droom, in 't glas
ijl en doorzichtig aan de onze vastgeklonken,
soms duidelijk als wij, dan weer in de zee verdronken
de geest van deze bus; het gras
snijdt dwars door de matrozen heen.
daar zie ik ook mezelf. Alleen
mijn hoofd deint boven het watervlak,
beweegt de mond als sprak
het, een verbaasde zeemeermin.
Er is geen einde en geen begin
aan deze tocht, geen toekomst, geen verleden,
alleen dit wonderlijk gespleten lange heden.
Week van de poëzie: Dag II
Billboards
De domme avond, doordeweeks, doorgeweekt
en dierlijk als een potloodventer.
De grijze jongens in de avondbus.
Iets verderop een moeder met een snor.
En elke halte weer twee levensgrote,
neonrode vrouwenlippen die vertellen
wat er aan het leven schort.
Het einde van de regenboog! Ambrosia,
verlicht en wel, wijst ons de weg.
En wij, met onze rimpels, leugentjes,
gebreken en oneffenheden, stuk
voor stuk tot onze nek vol eigen bloed,
gebeten op geluk en overvloed,
wij rijden door de domme avond,
dromen muren om ons heen, dag in,
dag uit, en komen thuis, speuren
zenders af en gaan naar bed. Het mysterie
van het laatste onrecht! Algehele
roofzucht! Perfectie! Paringsdrift!
Nu kan, nu zal, nu moet het komen.
Ambrosia wees ons de weg.
Week van de poëzie op mijn blog: Dag I
Vanwege de gedichtenavond donderdag 26 januari in café Vellinga, zet ik deze week, elke dag, een mooi stukje poëzie van een aantal dichters op mijn blog.
Dof violet is 't west
Dof violet is 't west en paarsig grijs.
Nog wandel 'k door het zwaar berijpte gras,
En hoor naast me op de vaart het fijn gekras
Van schaatsen over 't hol rinkelend ijs:
Ik heb 't gevoel, of 'k op 't bevroren glas
Cirk'lend, zwevend, zwenkend op kunst'ge wijs,
Met 't buigend bovenlichaam daal en rijs:
't Is in mijn rug, of 'k zelf op schaatsen was.
Zo hoop 'k dat, langs wiens geest mijn verzen glijen,
Alleen, in paren, of in lange rijen,
Schomm'lend op maat en rijm van Hollands staal,
Dat hij de wind, die mij droeg, zelf hoort waaien,
En 't fijn slieren en 't heerlijk brede zwaaien
Voelt van zijn eigen stemming in mijn taal.
uit:Verzamelde Gedichten
Leestip: Levi Andreas - David Pefko
...de mogelijkheid van vluchten, heel ver weg vluchten, totdat je niet meer weet waar je vandaan komt, als je omkijkt zie je niets meer dan een onbemand tankstation, je staat op een zandweggetje waar de wind met kleine propjes papier speelt, ze vliegen hoog de lucht in, met verwondering kijk je naar het schouwspel. Je voeten doen pijn, maar je bent blijven rennen. Nergens is een einde te zien, maar dat maakt je niets uit; toen je nog niet gevlucht was, zag je dat einde ook al niet.
Terwijl de stomerij het podium wordt van een misdrijf, gaat Rosa op zoek naar de eigenaar van het overhemd. Als ze hem eenmaal op het spoor is, reist ze hem achterna via Brussel naar New York, Zuid-Amerika en uiteindelijk, in de woorden van de grootvader van Levi Andreas, 'een soort einde van de wereld'.
Levi Andreas is een optimistisch boek over vluchten, leugens en bedrog. David Pefko beschrijft in deze knap geconstrueerde roman twee levens die met elkaar verknoopt raken. Zijn stijl is lichtvoetig en tragikomisch. Het boek is een brievenroman, een road novel, een geschiedenis van een stomerij en een oefening in afstand in één. De personages verliezen nooit hun menselijkheid. Hun zoektocht naar geluk is meeslepend.
Poëzie
Vroeger was ik niet bepaald een groot liefhebber van poëzie. Alhoewel, ik schreef altijd wel met veel plezier in de 'poesiealbums' van mijn zus Janet en de meisjes uit mijn klas. Altijd eerst met potlood en lineaal een aantal rechte lijnen trekken, maar wel zo lichtjes dat je de lijnen uiteindelijk goed kon weggummen. Daarna 'op je allernetst' het versje opschrijven. Voor de finishing touch een mooi plaatje uitzoeken en heel voorzichtig met de lijm omgaan zodat de bladzijdes niet bleven plakken.
Er kwam een moterfietsje aan,het reed pijlsnel door de laan,het hield bij de Meerkoetlaan stop,geen wonder want Janet zat er op.
Mijn liefde voor de poëzie is aangewakkerd tijdens mijn opleiding Nederlands. In het eerste jaar kregen wij het vak poëzie-analyse van Coen P. Er ging een wereld voor mij open. Er bleek achter al die,voor mij, moeilijke gedichten een mooie gedachtengang, prachtige beeldspraak, vergelijkingen, tegenstellingen etcetera te zitten. Hierdoor ben ik dus anders over poëzie gaan denken en het gaan waarderen. Toen ik in mei met mijn blog begon, leek het mij dan ook mooi om eens zelf een gedicht te schrijven. Nadat ik er een geschreven had, vroeg ik via twitter aan Henk vd Veer, onze Sneker stadsdichter, wat hij van het gedicht vond. Henk, mijn vroegere mentor, waar ik een jaar bij in de klas het meesterschap heb mogen leren, zei: 'Kiek asen mar op mien site!'
(lees 15 mei: http://www.henkvanderveer.nl/dagboek/default.asp?j=2011&m=5)
Gemotiveerd door deze mooie woorden heb ik inmiddels een aantal gedichten geschreven. Ik wil het niet poëzie noemen, ik vind het namelijk zelf simpele rijmgedichten, maar mijn gevoelens en gedachten zitten er wel in. Als ik de reacties op bijvoorbeeld het gedicht 'In mij' lees, dan weet ik dat het gedicht geslaagd is en dat het iets voor een ander kan betekenen.
Herman Finkers verwoordde het mooi: 'Poëzie, zo moeilijk nie, op alles rijmt wel iets. Behalve dan op waterfiets, op waterfiets rijmt niets!'
Ik ben nu volop bezig wat meer de poëtische kant op te dichten, maar dit publiceer ik pas op mijn blog wanneer ik het de moeite waard vind. Ik hoop er een klaar te hebben voor de gedichtenavond op 26 januari in café Vellinga, zoniet dan denk ik dat ik wat poëtisch werk van een ander voordraag. Mochten jullie belangstelling hebben om te komen kijken deze avond, wees welkom! Er treden meerdere Snekers op, zoals medebloggers Ibo-Jan, Anske S. en mentor Henk.





