De tweeling Klaas en Kees en hun jongere broer Gerson spelen vaak 'zwart', een spel waarbij de belangrijkste regel is dat zij hun ogen niet open mogen doen.
Als de broers met hun vader en de hond Daan op een zondagmorgen met z'n allen in de auto zitten op weg naar opa en oma, verandert hun leven met één harde klap. Een auto-ongeluk zorgt ervoor dat Gerson blind wordt en de rest van zijn leven 'zwart' zal moeten spelen. Hoe zal dat gaan? Zal Gerson met hulp van de hond Daan zich gaan aanpassen aan zijn nieuwe leven? Ook voor zijn vader en broers ziet de wereld er nu heel anders uit. Wat overeind blijft is de warmte van het gezin.
We ontdekten dat het verdomd moeilijk is iets te zeggen zonder een toespeling te maken op zien. En bovendien, als iets niet mag, als je ergens om moet denken, ontglipt het je juist des te makkelijker. We vonden dat we nergens nog een oogje op konden houden. We mochten ons zeker niet langer blindstaren op bepaalde dingen. Niemand kroop meer door het oog van de naald. Als we iets begrepen, waren de werkwoorden inzien of doorzien taboe. We zaten zelfs met kromme tenen en samengeknepen billen als er tijdens het journaal gesproken werd over waarnemers, observanten of ooggetuigen. Gluren, staren, turen. Loeren, aanschouwen, kijken, gadeslaan, iemand ontzien. Toezien op, afkijken, aangapen, bezichtigen, weerzien. We verloren niemand uit het oog, niets werd oogluikend toegestaan en een ogenblik werd een poosje, wat we een rotwoord vonden.






0 comments:
Post a Comment