Niet voor de eerste keer
komt ‘ie
op de wenkbrauwen thuis.
Hij ziet zo scheel als een konijn.
'Zou zijn vrouw nog wakker zijn?'
Niet voor de laatste keer
scheldt ze,
de lippen geperst,
met de vuist op de rem.
‘Waarom geeft ze nog zoveel om hem?’
Voor de zoveelste keer
houdt hij van haar
en zich van de domme,
Hij hoopt onverhoopt
en bidt een beetje tot God
en bidt een beetje tot God
dat hij haar straks in bed weer,
keer op keer op keer,
mag laten kreunen van genot.
(voor meer minddrawings van Ibo-Jan zie: http://www.vijarts.blogspot.com/)







0 comments:
Post a Comment